ECLI:NL:RBMNE:2022:6252
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling factuur tennistrainer wegens ontbreken overeenkomst
De zaak betreft een vordering van een tennistrainer tegen een professionele tennisser voor betaling van een factuur van € 24.057,82 voor begeleiding in 2021. Eiser stelt dat er mondelinge afspraken zijn gemaakt en dat deze per e-mail zijn bevestigd, terwijl gedaagde dit betwist. De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende bewijs is geleverd dat er een overeenkomst bestond die gedaagde verplicht tot betaling.
De kantonrechter analyseert de e-mail van 16 mei 2021, waarin eiser voorstellen doet voor begeleiding en vergoeding, maar concludeert dat deze niet heeft geleid tot een concrete opdracht. Ook is niet aannemelijk dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd zoals beschreven. WhatsApp-berichten en verklaringen van derden wijzen eerder op een vriendschappelijke relatie dan op zakelijke afspraken.
Verder strookt de factuur niet met de vermeende afspraken, aangezien een ander tarief is gehanteerd zonder afstemming. Een latere e-mail van 15 juni 2021 wordt gezien als een nieuwe poging tot opdracht, wat wijst op het ontbreken van een eerdere overeenkomst.
De kantonrechter wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter Straver en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2022.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een overeenkomst.