ECLI:NL:RBMNE:2022:6280
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en zorgvuldig medisch onderzoek
Eiseres, voorheen werkzaam als schoonmaakster, vroeg per 15 mei 2020 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat zij slechts 28,65% arbeidsongeschikt was, onder de vereiste 35%, en wees haar aanvraag af. In bezwaar en beroep voerde eiseres aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was, onder meer omdat zij niet in bezwaar door een verzekeringsarts was onderzocht, en dat zij volledig arbeidsongeschikt was vanwege fibromyalgie en psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij het dossieronderzoek in bezwaar volstond omdat er geen nieuwe medische informatie was aangeleverd. De verzekeringsarts had de klachten en medische voorgeschiedenis adequaat beoordeeld. De rechtbank volgde het UWV in de conclusie dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij meer dan 35% arbeidsongeschikt was, mede omdat zij geen aanvullend medisch rapport had overlegd.
Ook de arbeidskundige beoordeling van de functies die eiseres nog kon verrichten werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Eiseres had niet concreet onderbouwd waarom de geduide functies haar belastbaarheid zouden overschrijden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de WIA-uitkering af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.