ECLI:NL:RBMNE:2022:6310

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 mei 2022
Publicatiedatum
14 maart 2023
Zaaknummer
531759 FA RK 21-2439
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 onder a EG-verordening nr. 2201/2003Art. 10:31 lid 1 BWArt. 10:31 lid 4 BWArt. 10:32 BWArt. 10:56 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitspraak echtscheiding en goedkeuring ouderschapsplan bij duurzaam ontwricht huwelijk

Partijen zijn in 1992 in Eritrea getrouwd en hebben samen vijf kinderen, waarvan vier minderjarig zijn. De vrouw was minderjarig ten tijde van het huwelijk, maar inmiddels meerderjarig. De rechtbank heeft het verzoek tot echtscheiding ontvangen en de mening van de oudste minderjarige kinderen ingewonnen.

De rechtbank beoordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de gewone verblijfplaats van partijen en de EG-verordening Brussel II-bis. Het huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn op basis van een kerkelijk huwelijkscertificaat en de erkenning van kerkelijke huwelijken in Eritrea. De vrouw vraagt primair erkenning van het huwelijk en vervolgens ontbinding daarvan.

Nederlands recht is van toepassing op het verzoek tot echtscheiding. Partijen zijn het eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, waardoor de rechtbank de echtscheiding uitspreekt. Tevens is een ouderschapsplan opgesteld voor de minderjarige kinderen, dat door de rechtbank wordt goedgekeurd en aan de beschikking wordt gehecht. De beschikking wordt voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beschikking is op 23 mei 2022 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en keurt het ouderschapsplan goed als onderdeel van de beschikking.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/531759 / FA RK 21-2439
Echtscheiding
Beschikking van 23 mei 2022
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. J.E. Jalandoni,
en
[de man] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. J.E. Jalandoni.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, waaronder het ouderschapsplan, bij de rechtbank binnengekomen op 9 december 2021.
1.2.
De rechtbank heeft aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , de oudste kinderen van partijen, gevraagd wat zij van het verzoek vinden. [minderjarige 1] heeft op 13 januari 2022 zonder tolk en op 27 januari 2022 met een tolk, in een gesprek met de rechter verteld wat zij van het verzoek vindt. [minderjarige 2] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn mening te geven.

2.Waar gaat het over?

2.1.
Partijen zijn op [Datum] 1992 te [plaats] (Eritrea) met elkaar getrouwd.
2.2.
Partijen hebben de Eritrese nationaliteit.
2.3.
Partijen zijn de ouders van:
  • [kind] , geboren op [geboortedatum 1] 2003 in [geboorteplaats] (Eritrea),
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2004 in [geboorteplaats] (Eritrea),
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2007 in [geboorteplaats] (Eritrea),
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2011 in [geboorteplaats] (Eritrea),
  • [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 5] 2014 in [geboorteplaats] (Eritrea).
2.4.
[kind] is inmiddels meerderjarig, zodat deze beslissing niet meer over haar gaat.
2.5.
Partijen verzoeken de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uit te spreken en te bepalen dat het ouderschapsplan deel uitmaakt van deze beschikking.
2.6.
Partijen hebben geen afschrift of een uittreksel de geboorteaktes van de minderjarige kinderen overgelegd. De rechtbank vindt dat het overleggen van een afschrift of een uittreksel van de geboorteakte achterwege kan blijven. Partijen kunnen deze namelijk niet overleggen, omdat de IND de originele geboorteaktes van de kinderen heeft ingenomen in het kader van de verblijfsprocedure. Vanwege de vrees om in Eritrea te worden vervolgd, kunnen partijen zich niet wenden tot de autoriteiten van Eritrea om (vervangende) geboorteaktes op te vragen. De rechtbank neemt op grond daarvan genoegen met het door partijen overgelegde uittreksel uit de Basisregistratie personen (BRP). De kinderrechter heeft bovendien met [minderjarige 1] gesproken.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken en het ouderschapsplan aan deze beschikking hechten. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissingen neemt.
Bevoegdheid
3.2.
Het gaat om een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding. De gewone verblijfplaats van partijen is in Nederland. Daarom komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om op het verzoek te beslissen. Dat volgt uit artikel 3 lid 1 onder Pro a van de EG-verordening nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid (Brussel II-bis).
Rechtsgeldigheid en erkenning huwelijk
3.3.
De rechtbank moet vervolgens beoordelen of er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk dat in Nederland kan worden erkend. Artikel 10:31 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig wordt erkend. Artikel 10:31 lid 4 BW Pro bepaalt dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.
3.4.
Partijen hebben een kerkelijk huwelijkscertificaat overgelegd. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat kerkelijke huwelijken in Eritrea worden erkend als rechtsgeldige huwelijken indien aan bepaalde vereisten wordt voldaan.
Op grond hiervan wordt het huwelijk vermoed rechtsgeldig te zijn. Het huwelijk kan daarom ook in Nederland worden erkend.
De uitzonderingen van artikel 10:32 BW Pro, op grond waarvan aan een rechtsgeldig gesloten huwelijk alsnog erkenning wordt onthouden, doen zich hier niet voor. De vrouw was ten tijde van het huwelijk nog net geen 18 jaar en dus minderjarig, maar zij is op het moment van indiening van het echtscheidingsverzoek (ruimschoots) meerderjarig. De rechtbank begrijpt het verzoek tot echtscheiding zo, dat de vrouw in de eerste plaats vraagt om erkenning van dit huwelijk en vervolgens verzoekt dit huwelijk te ontbinden.
De echtscheiding
3.5.
Op het verzoek tot echtscheiding is op grond van artikel 10:56 lid 1 BW Pro Nederlands recht van toepassing.
3.6.
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan. [1] Partijen zijn het er namelijk over eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat zij niet samen verder kunnen als echtgenoten.
Het ouderschapsplan
3.7.
Partijen hebben afspraken gemaakt over de (minderjarige) kinderen in een ouderschapsplan. De rechtbank zal deze afspraken overnemen in haar beschikking. Het ouderschapsplan wordt daarom aan deze beschikking gehecht.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.8.
De rechtbank zal de beslissing voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [Datum] 1992 in [plaats] (Eritrea);
4.2.
bepaalt dat de inhoud van het ouderschapsplan onderdeel uitmaakt van deze beschikking en hecht een gewaarmerkt exemplaar van het ouderschapsplan aan;
4.3.
verklaart onderdeel 4.2 van deze beslissing voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van (kinder)rechter mr. R.R. Everaars-Katerberg, tot stand gekomen in samenwerking met mr. A. Minkjan als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2022. Omdat mr. R.R. Everaars-Katerberg niet in staat is de beschikking te ondertekenen, is de beschikking ondertekend door mr. V.M.M. van Amstel.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1:151 BW Pro