Partijen zijn in 1992 in Eritrea getrouwd en hebben samen vijf kinderen, waarvan vier minderjarig zijn. De vrouw was minderjarig ten tijde van het huwelijk, maar inmiddels meerderjarig. De rechtbank heeft het verzoek tot echtscheiding ontvangen en de mening van de oudste minderjarige kinderen ingewonnen.
De rechtbank beoordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de gewone verblijfplaats van partijen en de EG-verordening Brussel II-bis. Het huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn op basis van een kerkelijk huwelijkscertificaat en de erkenning van kerkelijke huwelijken in Eritrea. De vrouw vraagt primair erkenning van het huwelijk en vervolgens ontbinding daarvan.
Nederlands recht is van toepassing op het verzoek tot echtscheiding. Partijen zijn het eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, waardoor de rechtbank de echtscheiding uitspreekt. Tevens is een ouderschapsplan opgesteld voor de minderjarige kinderen, dat door de rechtbank wordt goedgekeurd en aan de beschikking wordt gehecht. De beschikking wordt voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beschikking is op 23 mei 2022 in het openbaar uitgesproken.