ECLI:NL:RBMNE:2022:6317
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde winkelpand ongegrond verklaard
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van haar winkelpand, vastgesteld op € 921.000 per 1 januari 2020, omdat zij meende dat de waarde te hoog was en niet hoger mocht zijn dan € 750.000. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en onderbouwde dit met een taxatierapport gebaseerd op de huurwaardekapitalisatiemethode.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De oppervlakte van het pand was juist gebaseerd op de opgave van de eigenaar, ondanks een afwijkende BAG-registratie. De coronacrisis kon niet worden meegenomen bij de waardebepaling omdat de waardepeildatum vóór de crisis lag.
Verder was de huurwaarde van het pand marktconform vastgesteld, waarbij rekening was gehouden met de ligging, zichtbaarheid en onderhoudstoestand van het pand. Referentieobjecten in de buurt ondersteunden de gehanteerde kapitalisatiefactor en huurprijzen. De rechtbank vond geen aanleiding om de vastgestelde WOZ-waarde te verlagen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 921.000 wordt ongegrond verklaard.