ECLI:NL:RBMNE:2022:6379
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning niet te hoog vastgesteld, beroep ongegrond
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning, die was vastgesteld op €674.000 voor het belastingjaar 2022. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een lagere waarde van €484.000. Verweerder onderbouwde de vaststelling met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met referentiewoningen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. De taxatiematrix hield voldoende rekening met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceeloppervlakte en ligging. Het beroep van eiser dat de WOZ-waarde te sterk was gestegen ten opzichte van voorgaande jaren werd verworpen, omdat de waarde jaarlijks opnieuw moet worden vastgesteld op basis van actuele verkoopcijfers.
Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiser niet om een hoorzitting had verzocht en dat verweerder niet verplicht was om stukken te verstrekken zonder verzoek. Ook de aangevoerde bezwaren over de ligging en de bruikbaarheid van referentiewoningen werden verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €674.000 wordt ongegrond verklaard.