ECLI:NL:RBMNE:2022:6380
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde van vrijstaande woning correct vastgesteld ondanks bezwaar eigenaar
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het beroep van een eigenaar tegen de WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning, vastgesteld op €613.000,- per 1 januari 2021. De eigenaar stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een lagere waarde van €572.000,-. Verweerder, de gemeente, onderbouwde de waarde met een taxatiematrix en vergelijkingen met referentiewoningen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aan de bewijslast had voldaan en dat het niet noodzakelijk was om de woning inpandig te inspecteren. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiser niet om een hoorzitting had verzocht. De taxatiematrix en aanvullende toelichtingen boden voldoende inzicht in de waardebepaling.
Verder werden bezwaren over de vergelijkbaarheid van referentiewoningen, de invloed van geluidsoverlast en de waardering van een dakkapel onderzocht. De rechtbank concludeerde dat de gemeente hier adequaat rekening mee had gehouden, onder meer door een correctie van €20.000,- voor geluidsoverlast. De vermeende fout in de waardering van de dakkapel bij een referentiewoning leidde tot een aangepaste waarde van €616.000,-, nog steeds boven de vastgestelde waarde.
Gelet op deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €613.000,- wordt ongegrond verklaard.