Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- een jeugddetentie voor de duur van tien maanden met aftrek van het voorarrest waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
- een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel), geheel voorwaardelijk onder de voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd, inhoudende dat verdachte:
- de rapportage van SAVE Midden-Nederland van 3 januari 2022, opgemaakt door R. van de Graaf;
- de psychiatrische rapportage van 12 april 2022, opgemaakt door N.W. Verstappen, arts en psychiater in opleiding en C.A.M. van der Meijs, psychiater;
- de psychologische rapportage van 13 april 2022, opgemaakt door P.M.A. van Oss, GZ-psycholoog;
- de rapportage van Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering van 3 juni 2022, opgemaakt door B. Westra;
- het e-mailbericht van 5 juni 2022 van N.W Verstappen, arts in opleiding tot medisch specialist (psychiatrie), inhoudende antwoorden op de door de verdediging gestelde vragen ten aanzien van de in de psychiatrische rapportage van 12 april 2022 geadviseerde voorwaardelijke PIJ-maatregel.
De door de verdediging genoemde factoren zijn tijdens het opstellen van de rapporten in overweging genomen. Het patroon in de hulpverleningsgeschiedenis van betrokkene was echter zwaarwegend in het advies voor een voorwaardelijke PIJ.”
Achteraf kan gesteld worden dat betrokkene jarenlang stelselmatig is overschat in zijn vaardigheden en daardoor onderhandeld (de rechtbank begrijpt: onderbehandeld). Dat hij nu, in detentie, wel gecommitteerd is aan behandeling is naar de mening van onderzoekers illustratief. Immers betrokkene blijkt binnen strikte kaders wel in staat om te profiteren van behandeling, maar bij lossere kaders verliest hij al snel de opgedane vaardigheden. Hij is namelijk sterk beïnvloedbaar door anderen en gaat bij onvoldoende externe structuur prikkelzoekend en impulsief gedrag vertonen. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat dit door de huidige periode in detentie is veranderd. De verdediging geeft aan dat betrokkene zichzelf heeft gemeld en zich nu coöperatief opstelt. Onderzoekers twijfelen niet aan zijn intentie en huidige inzichten. Echter dient te worden opgemerkt dat hij zichzelf bij politie heeft gemeld op aandringen van zijn pleegmoeder. Hij heeft aangegeven dat hij haar benaderde omdat zij hem kan aanzetten tot de juiste handelingen. Tevens vertelt hij dat hij betrokken raakte bij het tenlastegelegde onder invloed van anderen. Dit is tekenend voor de mate van beïnvloedbaarheid door derden zowel in positieve als negatieve zin. In combinatie met zijn gebrekkige impulscontrole is het een gegeven dat betrokkene zijn intenties niet kan vasthouden binnen lossere kaders.”
Bij andere minder striktere kaders dan een voorwaardelijke PIJ zou betrokkene weten dat hij elk moment kan worden “weggestuurd” (voorwaardelijk strafdeel) dan wel dat de periode van zijn verblijf toch binnen afzienbare termijn eindigt (GBM). Betrokkene kampt met forse hechtingsproblematiek en vertelt zelf dat het lang duurde voor hij het contact echt aanging in Spanje. Hij benadrukt het belang van duurzame relaties met mensen die hebben bewezen dat ze voor hem gaan. De voorwaardelijke PIJ geeft in deze de meeste zekerheid aan betrokkene om de hulpverleningsrelatie aan te durven gaan en tot daadwerkelijke doorbreking van patronen te komen.”
Concluderend zijn onderzoekers van mening dat betrokkene, ondanks zijn oprechte intenties, zonder een langer durend stringent extern kader niet in staat is om zichzelf langdurig te committeren aan een behandeltraject. De aanname dat hij dit wel zal kunnen volhouden wanneer de teugels iets gevierd worden is eerder gemaakt en eindigde telkens in een mislukking. Betrokkene nu de gelegenheid bieden om zich te bewijzen binnen een te licht juridisch kader zal ertoe leiden dat hij voortijdig een behandeltraject afbreekt zonder dat het recidiverisico is verminderd.”
9.BENADEELDE PARTIJ
eigen bijdrage ziektekosten’ en ‘
vervoerskosten in verband met diefstal van beide autosleutels’ volledig toewijsbaar.
reiskosten’ valt uiteen in de volgende onderdelen:
Psycholoog Leiden
Fysiotherapeut Ede
Advocaat Utrecht
Parkeerkosten Utrecht
gestolen sieraden’ stelt de rechtbank voorop dat het aan de benadeelde partij is haar vordering zodanig te onderbouwen dat het bestaan van haar vordering (naar burgerlijk recht) in de voegingsprocedure in voldoende mate kan worden vastgesteld. Indien de benadeelde partij nalaat haar vordering in voldoende mate te onderbouwen - en het bestaan daarvan ook niet in voldoende mate uit de inhoud van het strafdossier en het verhandelde ter zitting kan worden afgeleid - dan zal de benadeelde partij in haar vordering in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat de benadeelde partij haar vordering op dit punt in voldoende mate heeft onderbouwd. De verdachten hebben de sieraden weggenomen en met uitzondering van één horloge is niets teruggevonden. Het is dan ook aan de verdachten te wijten dat het voor het slachtoffer niet mogelijk is exact te bepalen welke sieraden zijn weggenomen en wat de staat van die sieraden was ten tijde van het bewezenverklaarde. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij heeft gedaan wat nog wél mogelijk was ter onderbouwing van haar schade, namelijk aan de hand van foto’s de collectie in kaart brengen en een expert inschakelen voor het opstellen van een schadestaat. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de benadeelde partij haar vordering voldoende heeft onderbouwd. Het is vervolgens aan verdachte om deze vordering gemotiveerd te betwisten. Nu verdachte dat niet dan wel onvoldoende heeft gedaan, is deze schadepost volledig toewijsbaar.
beveiliging van het huis’. In het algemeen geldt dat kosten van beveiliging in verband met toekomstige gebeurtenissen niet kunnen worden aangemerkt als materiële schade die het gevolg is van een eerdere gebeurtenis. Dat volgt ook uit de wetsgeschiedenis [7] . In de onderhavige casus zijn de beveiligingsmaatregelen na de bewezen verklaarde feiten aangeschaft als beveiliging tegen toekomstige soortgelijke feiten, zodat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen Dat de certificaten van de schilderijen bij de overval zijn weggenomen en dat de benadeelde partij daarom bang is dat men terug zal komen om ook de schilderijen zelf mee te nemen, doet aan het voorgaande niet af. De benadeelde partij zal in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met de bewezen verklaarde feiten. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
- wanneer het oogmerk bestond zodanig nadeel toe te brengen;
- bij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting in de persoon op andere wijze;
- bij aantasting van de nagedachtenis van de overledene.
,nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- legt aan verdachte op
- bepaalt dat de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;
- als voorwaarden gelden dat verdachte:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij van
- wijst de vordering van de benadeelde partij voor een bedrag van
- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook hoofdelijk in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 62.551,83 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 november 2021 tot de dag van volledige betaling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;