De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 15 februari 2022 een verzoek van twee besloten vennootschappen tot het afkondigen van een afkoelingsperiode en de benoeming van een herstructureringsdeskundige in het kader van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA).
Verzoekster c.s. verkeerde in financiële problemen en kon naar verwachting haar schuldeisers niet meer betalen. Door negatieve berichtgeving in de media namen schuldeisers contact op, waardoor de continuïteit van de ondernemingen werd bedreigd. Om verhaalsacties van schuldeisers te voorkomen en een akkoordprocedure mogelijk te maken, vroeg verzoekster spoedige verlening van een afkoelingsperiode.
De rechtbank stelde vast dat zij rechtsmacht en relatieve bevoegdheid had om het verzoek te behandelen. Gezien de spoedeisendheid en het risico op verhaalsacties werd een afkoelingsperiode toegewezen, waarbij derden hun verhaal op het vermogen van verzoekster slechts met toestemming van de rechtbank kunnen uitoefenen. Tevens werd een observator benoemd om de belangen van schuldeisers te bewaken en een schriftelijke zienswijze te geven.
De rechtbank bepaalde dat de kosten van de observator voor rekening van verzoekster komen en stelde een voorschot vast. De verdere behandeling van het verzoek werd gepland op 24 februari 2022 via een videoverbinding. De rechtbank hield iedere verdere beslissing aan en gaf de beschikking in het openbaar.