In deze beschikking van 24 februari 2022 heeft de Rechtbank Midden-Nederland de afkoelingsperiode opgeheven die eerder was verleend in het kader van een WHOA-procedure. De verzoeksters, twee besloten vennootschappen, hadden hun verzoeken ingetrokken, waardoor de noodzaak voor de afkoelingsperiode kwam te vervallen.
Daarnaast is de aanwijzing van de observator, mr. H. De Coninck-Smolders, ingetrokken omdat zij geen taak meer had. De rechtbank stelde tevens het salaris van de observator vast op € 28.549,02 exclusief btw, waarbij de verzoeksters geen bezwaar hadden gemaakt tegen de kosten.
De procedure omvatte diverse schriftelijke stukken, waaronder zienswijzen van de observator en de schuldeiser, en een urenspecificatie van de observator. De rechtbank oordeelde dat de kosten redelijk waren en bevestigde deze vaststelling.
Deze beschikking is een formele afronding van de fase binnen de WHOA-procedure waarin de afkoelingsperiode en de rol van de observator centraal stonden, en markeert het einde van deze specifieke fase na het intrekken van de verzoeken door de verzoeksters.