Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de tussenbeslissing van 22 februari 2022 en de daarin genoemde stukken,
- de zienswijze en het verzoek tot het treffen van voorzieningen ex artikel 376 lid 9 Fw Pro van [schuldeiser] van 21 februari 2022,
- de zienswijze van de observator van 23 februari 2022,
- de brief met nadere stukken van [verzoekster c.s.] van 23 februari 2022,
- het e-mailbericht van [verzoekster c.s.] van 24 februari 2022,
- de urenspecificatie van de observator van 24 februari 2022.