Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 31 maart 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling heeft gestuurd, waarna het beroep is ingediend.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen. Gezien de complexiteit en het grote aantal aanvragen acht de rechtbank een termijn van twee weken onrealistisch en stelt een termijn van twaalf weken vast, met een mogelijke verlenging afhankelijk van de termijn waarbinnen eiseres een zienswijze indient.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter J.G. Nicholson en griffier M.E.C. Bakker op 18 november 2022.