Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 5 februari 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling en beroep heeft ingediend.
De rechtbank oordeelt dat de standaard beslistermijn van twee weken voor verweerder te kort is gezien de complexiteit en het grote aantal aanvragen. Daarom wordt een termijn van twaalf weken gesteld waarbinnen verweerder het besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De reeds toegekende dwangsom van €1.442,- door verweerder wordt niet betwist. Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €379,50 en wordt het betaalde griffierecht van €50,- aan haar vergoed.
De uitspraak is gedaan door rechter J.G. Nicholson en griffier M.E.C. Bakker en is uitgesproken op 18 november 2022.