Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 15 juni 2021. Na ingebrekestelling op 16 juni 2022 en het verstrijken van de wettelijke termijn heeft eiseres op 25 juli 2022 het beroep ingediend.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep gegrond is. De Belastingdienst heeft om een langere beslistermijn van minimaal dertien weken verzocht vanwege de complexiteit en het grote aantal aanvragen. De rechtbank oordeelt dat de standaardtermijn van twee weken onredelijk kort is en kent een termijn van twaalf weken toe, met een mogelijkheid tot verlenging bij bijzondere omstandigheden.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst uiterlijk 17 januari 2023 een besluit moet nemen, met verlenging indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.