Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank Midden-Nederland is bevoegd om hierover te oordelen en besloot partijen niet uit te nodigen voor een zitting.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn door de Belastingdienst is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 12 april 2022 schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Het beroep is vervolgens tijdig ingediend op 6 september 2022. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen een door de rechtbank gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Hoewel de standaard beslistermijn twee weken is, acht de rechtbank deze termijn gezien de complexiteit en het aantal aanvragen te kort. Daarom stelt zij een termijn van twaalf weken vanaf het verweerschrift vast, met een uiterste datum van 16 januari 2023. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn.
De rechtbank wijst ook de proceskostenvergoeding van €379,50 toe aan eiseres en bepaalt dat de Belastingdienst het betaalde griffierecht van €50 moet vergoeden. Hiermee wordt het niet tijdig nemen van het besluit vernietigd en wordt de Belastingdienst verplicht alsnog te beslissen binnen de gestelde termijn.