Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag van 18 januari 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en dat eiseres de ingebrekestelling correct heeft gedaan.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog een besluit moet nemen, waarbij een termijn van twaalf weken wordt gesteld, verlengd met een eventuele overschrijding van de termijn voor het indienen van een zienswijze door eiseres. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000, waarvan de hoogte op €1.442 wordt vastgesteld vanwege de verstreken termijn.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€379,50) en het betaalde griffierecht (€50). De rechtbank ziet de complexiteit en het aantal aanvragen als rechtvaardiging voor de langere termijn, maar handhaaft een vaste termijn voor rechtszekerheid.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier M.E.C. Bakker op 19 december 2022 en is openbaar. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.