Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 7 juni 2021 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door de Belastingdienst/Toeslagen is overschreden en dat eiseres tijdig een ingebrekestelling heeft gedaan en daarna beroep heeft ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat de standaard beslistermijn van twee weken voor verweerder te kort is vanwege het grote aantal aanvragen en de complexiteit van de herbeoordelingen. Daarom wordt een termijn van twaalf weken vanaf het verweerschrift vastgesteld, met de mogelijkheid tot verlenging indien eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van eiseres en het vergoeden van het griffierecht. Hiermee wordt verweerder opgedragen alsnog een besluit te nemen binnen de gestelde termijn.