Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst op haar aanvraag van 14 januari 2021 voor herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 23 mei 2022. Eiseres heeft vervolgens tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst alsnog een besluit moet nemen en wijst een termijn van twaalf weken toe vanaf het verweerschrift van 12 november 2022, met een uiterste datum van 6 februari 2023. Deze termijn wordt verlengd met de periode waarmee eiseres de termijn voor het indienen van een zienswijze overschrijdt.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. De reeds toegekende dwangsom van €1.442 blijft ongewijzigd. Omdat het beroep gegrond is verklaard, krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van €379,50 en wordt het betaalde griffierecht van €50 vergoed.