De heer [A] was huurder van een woning waar op 3 april 2022 een handelshoeveelheid harddrugs en drugshandelgerelateerde zaken werden aangetroffen. De burgemeester sloot de woning op grond van artikel 13b Opiumwet voor drie maanden. De verhuurder, De Alliantie, ontbond de huurovereenkomst buitengerechtelijk en vorderde ontruiming en betaling van huur.
De bewindvoerder van [A] voerde verweer, onder meer over het spoedeisend belang en de rechtmatigheid van de ontbinding. De kantonrechter oordeelde dat het spoedeisend belang aanwezig is omdat zonder ontruimingsvonnis geen gedwongen ontruiming kan plaatsvinden. De ontbinding is gegrond omdat de woning gesloten is vanwege handelshoeveelheid drugs, en de omstandigheden wijzen op drugshandel.
Bij de belangenafweging weegt het belang van de verhuurder bij leefbaarheid en veiligheid zwaarder dan het belang van de huurder bij behoud van de woning. De bewindvoerder wordt veroordeeld om binnen drie dagen na betekening de woning te ontruimen en de huur te betalen tot de ontruiming. De vordering tot vergoeding van ontruimingskosten wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.