ECLI:NL:RBMNE:2022:6546
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overdracht bedrijfspand en som ineens in nalatenschapszaak
In deze nalatenschapsprocedure verzocht de belanghebbende om overdracht van de helft van een bedrijfspand en betaling van een som ineens wegens arbeid in het familiebedrijf. De nalatenschap betreft twee overledenen, waarbij de verzoeker onterfd is en een beroep deed op zijn legitieme portie.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van voortzetting van het bedrijf van de erflater, aangezien de verzoeker het bedrijf al ruim 27 jaar voor het overlijden had overgenomen en de onderneming binnenkort door zijn dochter zal worden voortgezet. Daarnaast was het de uitdrukkelijke wil van de erflater dat het bedrijfspand niet aan de verzoeker zou toekomen. Hierdoor werd het verzoek tot overdracht afgewezen.
Ten aanzien van de som ineens stelde de kantonrechter vast dat de verzoeker weliswaar niet geheel marktconform was betaald, maar dat dit binnen familiebedrijven gebruikelijk is en dat de verzoeker ook diverse materiële voordelen ontving. Daarom werd ook dit verzoek afgewezen. De kantonrechter wees tevens het verzoek af om onder ede de boedelbeschrijvingen te bevestigen, omdat dit onvoldoende werd gemotiveerd en de taxaties het geschil over waardes zullen oplossen.
De beschikking werd op 11 mei 2022 uitgesproken door de kantonrechter, met mogelijkheid tot hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Verzoeken tot overdracht van het bedrijfspand en betaling van een som ineens worden afgewezen.