ECLI:NL:RBMNE:2022:662
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mate arbeidsongeschiktheid WIA en afwijzing beroep
Eiser, werkzaam als directiechauffeur, meldde zich ziek vanaf mei 2018 en vroeg in februari 2020 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheid van 79,27% vast, later aangepast naar 79,04% na bezwaar. Eiser en zijn werkgever maakten bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank overwoog dat het UWV zijn beslissing baseerde op zorgvuldige medische rapporten van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige, die de beperkingen en verdiencapaciteit van eiser nauwkeurig hadden vastgesteld. Eiser voerde aan dat hij volledig arbeidsongeschikt zou zijn vanwege diverse gezondheidsklachten, maar kon dit niet met objectief medisch bewijs onderbouwen.
De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en begrijpelijk en stelde dat de eigen klachtenbeleving van eiser onvoldoende is om de mate van arbeidsongeschiktheid te verhogen. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als juist beoordeeld, waarbij de geselecteerde functies passend werden geacht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid is ongegrond verklaard.