Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 februari 2022 in de zaak tussen
Stichting Animal Rights, te Den Haag, en,
Stichting Fauna4Life, te Amstelveen,
het college van gedeputeerde staten van de provincie Utrecht, verweerder
Faunabeheereenheid Utrecht. (gemachtigden: J. Nuissl en M.A.J. van der Velden).
Inleiding
Overwegingen
het afschot te bepalen op basis van de trend van de reeënpopulatie in combinatie met de gezondheidsstatus van reeën, het voorkomen van schade aan landbouw en in het belang van de verkeersveiligheid […]”. Het is voor de rechtbank niet duidelijk hoe dit tot de conclusie kan leiden dat afschot geen negatief effect heeft op de reeënpopulatie. Groot Bruinderink heeft dat in zijn rapport niet toegelicht en eiseressen hebben deze toelichting ook niet gegeven.
O.a. in de zoektocht naar een potentieel effect van beheer (afschot) op de dichtheid i.c. het aantal aanrijdingen, worden we gehinderd door de onderlinge samenhang van de beschikbare variabelen (Fig. 1). Om die reden gaan de meeste analyses in het Faunabeheerplan nooit verder dan enkelvoudige regressies tussen twee variabelen en wordt ook geen gebruik gemaakt van bv. interacties tussen deze variabelen. De resultaten zijn daardoor slechts richtinggevend, waardoor je bijvoorbeeld vraagtekens kunt zetten bij de vaak geclaimde effectiviteit van het afschot, in relatie tot het aantal aanrijdingen. Het blijft m.a.w. mogelijk dat dit afschot zich afspeelt binnen de marges van de totale sterfte en er dus weinig toe doet.”