ECLI:NL:RBMNE:2022:674
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen definitieve subsidievaststelling NOW 1.0 wegens loonsomverlaging
Eiseres, exploitant van een kapsalon, vroeg een tegemoetkoming aan op grond van de NOW 1.0-regeling. Na een voorschot van € 27.294 werd de definitieve subsidie vastgesteld op € 0,-, met terugvordering van het voorschot. Eiseres maakte bezwaar omdat het wegvallen van het loon van een financieel manager vóór de coronacrisis volgens haar niet mee mocht tellen en het terugbetalen onredelijk was.
De rechtbank overwoog dat de NOW 1.0-regeling uitgaat van het principe dat de loonsom in de subsidieperiode gelijk blijft. Een lagere loonsom leidt tot een evenredige verlaging van de subsidie, zonder correctie voor omzetverlies. Dit is conform de bedoeling van de wetgever en de ministeriële toelichting.
Verweerder heeft de subsidie daarom terecht definitief vastgesteld op basis van de lagere loonsom. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R. in 't Veld op 18 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de definitieve subsidievaststelling NOW 1.0 wordt ongegrond verklaard.