ECLI:NL:RBMNE:2022:693
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen beëindiging loongerelateerde WGA-uitkering en toekenning WGA-vervolguitkering
Eiser was werkzaam als servicemonteur en meldde zich arbeidsongeschikt per 25 april 2016. Verweerder beëindigde de loongerelateerde WGA-uitkering per 31 juli 2020 en kende een WGA-vervolguitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 57,69%. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, onder meer vanwege het ontbreken van een fysiek spreekuur en onvoldoende aandacht voor psychische klachten.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan de wettelijke voorwaarden voldeed: het dossier was bestudeerd, er was telefonisch contact geweest en de medische informatie van de huisarts en specialist was betrokken. De rechtbank vond de motivering van de verzekeringsarts inzichtelijk en overtuigend en verwierp het bezwaar dat het ontbreken van een fysiek spreekuur het onderzoek onzorgvuldig maakte.
Eiser verzocht om een onafhankelijke deskundige in te schakelen op grond van het beginsel van equality of arms, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te dienen en dat de verzekeringsarts alle relevante informatie had betrokken.
Ten slotte achtte de rechtbank de arbeidskundige beoordeling juist en zag geen aanleiding om te twijfelen aan de geschiktheid van de functies die aan eiser waren geduid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.