Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK FEIT 2
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS
6.BEWEZENVERKLARING
op 25 juli 2021 te [plaats] opzettelijk brand heeft gesticht in/aan het bedrijfspand gelegen aan de [adres] , te weten een uitgiftepunt van kranten, door met dat opzet (aan de linkerzijde achter de roldeur van het pand) open vuur in aanraking te brengen met plastic en/of kranten in een papiercontainer, althans met een brandbare stof, ten gevolge waarvan dat pand gedeeltelijk is verbrand en daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was, te weten voor dat pand en een belendend pand.
7.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF
Het risico op terugval in gewelddadig gedrag wordt als matig ingeschat in de huidige woonsituatie, met beperkt toezicht. De problematiek van verdachte is chronisch van aard en gezien het gebrekkige leervermogen en inzicht valt daarin weinig verandering te verwachten. Risicomanagement zal vooral van buitenaf moeten komen.
Geadviseerd wordt in te zetten op intensieve woonbegeleiding en gedragsregulatie in een beschermde woonvorm voor mensen met een verstandelijke beperking op een kleine groep, met reclasseringstoezicht.
10.BESLAG
11.BENADEELDE PARTIJ
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
Bewezenverklaring
gevangenisstraf van 360 dagen;
van de gevangenisstraf een gedeelte van 209 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
taakstraf van 200 uren;
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] V.O.F. niet-ontvankelijk in de vordering;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.