ECLI:NL:RBMNE:2022:721
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beperking kennisneming huurovereenkomsten WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een verzoek van de heffingsambtenaar om bepaalde stukken, waaronder huurovereenkomsten en inlichtingenformulieren, geheim te houden voor eiser in een WOZ-waarde geschil.
De rechtbank overweegt dat alle procespartijen recht hebben op kennisneming van stukken, tenzij gewichtige redenen een uitzondering rechtvaardigen. De heffingsambtenaar beroept zich op concurrentie- en privacybelangen van verhuurders en huurders, maar motiveert dit verzoek onvoldoende.
De rechtbank stelt vast dat het belang van eiser om de gegevens die ten grondslag liggen aan de waardevaststelling te controleren en betwisten zwaarder weegt dan de belangen van verhuurders en huurders. De kopieën van identiteitsbewijzen worden buiten behandeling gelaten omdat deze niet verplicht zijn overgelegd.
De rechtbank wijst het verzoek tot beperking van kennisneming af en beveelt terugzending van de stukken aan de heffingsambtenaar, die deze opnieuw kan indienen met weglakking van persoonsgegevens van natuurlijke personen en handtekeningen. Dit waarborgt transparantie en controleerbaarheid van de waardebepaling.
Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van huurovereenkomsten en inlichtingenformulieren wordt afgewezen.