ECLI:NL:RBMNE:2022:749
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdheidsuitspraak inzake Procureur-Generaal niet-ontvankelijk verklaard
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 24 augustus 2021, waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde om het beroep te behandelen tegen een beslissing van de Procureur-Generaal van de Hoge Raad. De rechtbank oordeelde destijds dat de Procureur-Generaal geen bestuursorgaan is en dat er daarom geen bestuursbesluit is waartegen beroep kan worden ingesteld.
Opposant betoogde dat de benoeming van de Procureur-Generaal onrechtmatig was en verwees naar persoonlijke negatieve ervaringen met deze functionaris. De rechtbank stelde echter vast dat deze persoonlijke gronden niet leiden tot een andere kwalificatie van de Procureur-Generaal als bestuursorgaan. Daarom bleef de onbevoegdheidsuitspraak in stand.
De rechtbank overwoog verder dat er geen twijfel bestond over de uitkomst van de zaak, zodat een zitting niet noodzakelijk was. Er was ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzet werd ongegrond verklaard en de uitspraak is definitief.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat de Procureur-Generaal geen bestuursorgaan is en de rechtbank terecht onbevoegd was.