ECLI:NL:RBMNE:2022:751
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag toeslagen niet-ontvankelijk verklaard
Eiseres diende op 5 januari 2021 een aanvraag in bij verweerder, die volgens de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen binnen zes maanden moest beslissen. Verweerder verlengde deze termijn op 1 juli 2021 met zes maanden, waardoor de uiterste beslisdatum op 5 januari 2022 lag.
Eiseres stelde verweerder op 10 november 2021 in gebreke, nog vóór het verstrijken van de beslistermijn. De rechtbank oordeelt dat een ingebrekestelling pas na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn kan plaatsvinden, en dat het beroep pas na het verstrijken van de termijn in de ingebrekestelling kan worden ingesteld. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Eiseres verzocht tevens om een dwangsom, maar dit werd afgewezen omdat de rechtbank geen dwangsom kan opleggen bij een kennelijk niet-ontvankelijk beroep. Verweerder bood aan het griffierecht te vergoeden en verzocht om een proceskostenvergoeding. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht van €49,- en proceskosten van €379,50 aan eiseres.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.P. Glerum op 16 februari 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling; verweerder moet griffierecht en proceskosten vergoeden.