ECLI:NL:RBMNE:2022:753

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 maart 2022
Publicatiedatum
28 februari 2022
Zaaknummer
UTR 20/1200-V
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 lid 9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen griffierecht

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Almere, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet was betaald. Opposant ging in verzet tegen deze uitspraak en stelde dat hij de griffierechtnota nooit had ontvangen, hetgeen hij aannemelijk maakte met een schermafbeelding van de PostNL-website waaruit bleek dat de aangetekende nota niet traceerbaar was.

De rechtbank beoordeelde in het verzet alleen of de eerdere niet-ontvankelijkverklaring terecht was, niet de inhoud van het oorspronkelijke beroep. Gezien het aannemelijk gemaakte niet-ontvangen van de nota, oordeelde de rechtbank dat het verzet gegrond was en verviel de eerdere uitspraak. De rechtbank zal een nieuwe griffierechtnota sturen en bij tijdige betaling zal de zaak inhoudelijk worden behandeld.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt; de zaak wordt opnieuw behandeld na betaling van griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/1200-V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 maart 2022 op het verzet van

[opposant] , te [plaats] , opposant.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposant heeft ingediend tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere van 26 februari 2020.
In de uitspraak van 3 mei 2021 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 3 mei 2021 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposant het griffierecht niet had betaald.
2. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
4. De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 3 mei 2021 niet juist was.
5. Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 3 mei 2021 niet juist, omdat opposant de aangetekende nota van 22 mei 2020 niet heeft ontvangen. Opposant heeft tevens een schermafbeelding van de website van PostNL overgelegd, waaruit blijkt dat de track-en-tracecode van de aangetekende nota van 22 mei 2020 niet kan worden teruggevonden. Hiermee heeft opposant aannemelijk gemaakt dat hij deze nota nooit heeft ontvangen.
6. Dit betekent dat opposant hierover gelijk heeft. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van 3 mei 2021 vervalt (artikel 8:55, lid 9, Awb).
7. De rechtbank zal opposant opnieuw een griffierecht nota versturen. En, mits opposant deze nota tijdig voldoet, zal de zaak verder worden behandeld door de rechtbank op een zitting. Opposant krijgt hierover nog bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposant gelijk zal geven met zijn beroep. Dat moet nog beoordeeld worden.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen rechter, in aanwezigheid van
J. Fagel, griffier. De beslissing is uitgesproken op 2 maart 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.