De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 1 maart 2022 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van 188 dagen. Deze straf was onderdeel van een vonnis van 14 januari 2020, waarbij veroordeelde was veroordeeld tot 365 dagen jeugddetentie, waarvan 188 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De bijzondere voorwaarden verbonden aan de voorwaardelijke straf omvatten onder meer meldplicht bij de reclassering, naleving van aanwijzingen, medewerking aan woonvoorziening en ambulante behandeling, en het hebben van een dagbesteding. Uit een rapportage van 21 januari 2022 bleek dat veroordeelde deze voorwaarden meerdere malen had overtreden, waaronder het niet nakomen van afspraken en structureel te laat komen.
Tijdens de zitting op 15 februari 2022, waar veroordeelde niet verscheen, bevestigde de officier van justitie de vordering tot tenuitvoerlegging. De verdediging voerde aan dat veroordeelde overspannen is en een burn-out heeft, en verzocht primair om een laatste kans en subsidiair om omzetting van de jeugddetentie in een taakstraf.
De rechtbank oordeelde dat de overtredingen van de bijzondere voorwaarden voldoende waren om de tenuitvoerlegging toe te wijzen en zag geen reden om de straf om te zetten of een laatste kans te geven. De vordering werd daarom toegewezen en de voorwaardelijke jeugddetentie van 188 dagen werd gelast.