Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelastingen, welke door verweerder op 9 september 2021 ongegrond werd verklaard. Verzoekster ging in beroep bij de rechtbank. Vervolgens trok verweerder op 22 december 2021 de naheffingsaanslag in, waarna verzoekster het beroep introk en een vergoeding van proceskosten vroeg.
De rechtbank beoordeelde het verzoek zonder zitting, op basis van de beschikbare informatie. Volgens de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht kunnen alleen kosten die gemaakt zijn door een professionele juridische hulpverlener worden vergoed. Verzoekster had geen advocaat of dergelijke hulpverlener ingeschakeld, waardoor geen vergoedbare kosten aanwezig waren.
Wel is verweerder verplicht het griffierecht aan verzoekster te betalen. Gezien het ontbreken van vergoedbare kosten wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren op 1 februari 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.