Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd te P.I. Utrecht, locatie Nieuwersluis,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van bevindingenhet volgende gerelateerd, voor zover relevant voor het bewijs, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingenhet volgende gerelateerd, voor zover relevant voor het bewijs, zakelijk weergegeven:
schriftelijk bescheidte weten een brief van het Amsterdam UMC gedateerd 6 november 2020, inhoudende de uitslag van het metabole onderzoek verricht bij [kind] , opgemaakt door dr. F.M. Vaz, klinisch chemicus EMZ, voor zover relevant voor het bewijs:
schriftelijk bescheidte weten de uitslag van het DNA onderzoek van 17 november 2020, opgemaakt door prof. dr. G.S. Salomons en ir. S.J.M. van Dooren, voor zover relevant voor het bewijs:
Toxicologisch onderzoek in het lichaamsmateriaal van [kind]” van 24 december 2020 opgesteld door drs. R. van der Hulst, apotheker-toxicoloog, voor zover relevant voor het bewijs:
Aanvullende vragen naar aanleiding van het toxicologisch onderzoek in het lichaamsmateriaal van [kind] ”van 12 maart 2021 opgesteld door drs. R. van der Hulst, apotheker-toxicoloog, voor zover relevant voor het bewijs:
Forensisch-medisch onderzoek naar aanleiding van het overlijden van een circa 9 maanden oud meisje” van 1 juni 2021 opgesteld door dr. H.G.T. Nijs, forensisch arts KNMG, voor zover relevant voor het bewijs:
schriftelijk bescheidte weten een brief van het NFI aan de rechter-commissaris van de Rechtbank Midden-Nederland gedateerd 18 november 2021, inhoudende de beantwoording van aanvullende vragen door dr. H.G.T. Nijs, voor zover relevant voor het bewijs:
verklaring van getuige deskundige dr. W. Duijstter terechtzitting van 31 januari 2022, voor zover relevant voor het bewijs, zakelijk weergegeven:
verklaring van getuige deskundige dr. H.G.T. Nijs, forensisch arts KNMG, ter terechtzitting van 31 januari 2022, voor zover relevant voor het bewijs, zakelijk weergegeven:
verklaring van getuige deskundige drs. R. van der Hulstter terechtzitting van 31 januari 2022, voor zover relevant voor het bewijs, zakelijk weergegeven:
verklaring van verdachteter terechtzitting van 31 januari 2022, voor zover relevant voor het bewijs, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingenhet volgende gerelateerd, voor zover relevant voor het bewijs, zakelijk weergegeven:
schriftelijk bescheidte weten een Factsheet GHB van het Trimbos Intituut van december 2018, als bijlage 1 van het requisitoir, voor zover relevant voor het bewijs:
- in de nacht van 1 oktober 2020 op 2 oktober 2020 kwam er omstreeks 01:17 uur een 112-melding binnen bij de meldkamer. Het betrof een reanimatie van een baby van 8 maanden oud in de woning aan het [adres] te [woonplaats] ;
- de baby was [kind] (hierna: [kind] ) geboren op [2020] ;
- verdachte had op 1 oktober 2020 de zorg over haar dochter [kind] ;
- in de woning aan het [adres] te [woonplaats] was op 1 oktober 2020 GHB aanwezig;
- verdachte heeft op 1 oktober 2020 GHB gebruikt;
- na de 112-melding arriveren de hulpdiensten en wordt [kind] gereanimeerd. [kind] wordt met een hartslag, maar zonder een zelfstandige ademhaling, vervoerd naar het Amsterdam UMC;
- op [2020] is [kind] overleden na het staken van de medische behandeling, gezien het vastgestelde ernstige hersenletsel met zeer slechte prognose.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 25 mei 2021;
- een Pro Justitia psychologisch onderzoek van 7 mei 2021, opgemaakt door S.A. Moonen, GZ-psycholoog;
- een Pro Justitia psychiatrisch onderzoek van 7 mei 2021, opgemaakt door M.M. Sprock, psychiater;
- een reclasseringsrapportage van 8 december 2021, opgemaakt door G.J. Schoeber, reclasseringswerker bij Tactus verslavingszorg;
- een e-mail van 28 januari 2022 van de reclassering aan het Openbaar Ministerie.
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
3 (drie) jaren;
ter beschikking wordt gestelden stelt daarbij de volgende
voorwaardenbetreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde:
- verdachte maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;
- verdachte verleent ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- verdachte continueert haar behandeling in forensische verslavingskliniek Basalt (fvk) of een vergelijkbare zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de reclassering en het behandelteam dat nodig vinden. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicatie kan onderdeel zijn van de behandeling;
- verdachte laat zich – na afloop van de klinische opname – behandelen door een forensische polikliniek, te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding. Het innemen van medicatie kan onderdeel zijn van de begeleiding;
- verdachte verblijft – na afloop van de klinische behandeling – in een instelling voor beschermd of begeleid wonen, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor haar heeft opgesteld. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie op aanvraag van de reclassering een kortdurende klinische opname indiceert, laat betrokkene zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;
- verdachte laat zich, indien de reclassering dit nodig acht, na afloop van de klinische opname begeleiden door een (forensisch) FACT-team, te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding. Het innemen van medicatie kan onderdeel zijn van de begeleiding;
- verdachte gebruikt geen drugs en werkt mee aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
- verdachte gebruikt geen alcohol, en werkt mee aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
- verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de biologische vader van [kind] , de heer [benadeelde 1] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod noodzakelijk acht. De politie houdt toezicht op de naleving van dit verbod;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking;
- 1 STK Groot notitieblok met rode kaft (goednummer A.2.01.001);
- 1 STK Klein notitieblok (goednummer A.2.01.002);
- 1 STK Mandje met babyspullen: 9x drinkfles Difrax, 5x fles Dr. Browns, 3x fles Lansino, 2x drinkbeker, 1x handpomp Nuby, 8x spenen en doppen voor flessen (goednummer: A.4.01.001).
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 20.000,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 20.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2020 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 135 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.