ECLI:NL:RBMNE:2022:825
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na verlening urgentieverklaring
Verzoekster had een aanvraag voor een urgentieverklaring ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht op 28 december 2021 werd afgewezen. Hiertegen maakte verzoekster bezwaar en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Vervolgens heeft het college het primaire besluit laten vervallen en alsnog een urgentieverklaring verleend aan verzoekster, waarop verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening introk en tegelijkertijd een proceskostenvergoeding vorderde.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om proceskostenvergoeding zonder zitting behandeld en overwogen dat het college aan het verzoek van verzoekster is tegemoetgekomen door de urgentieverklaring te verlenen. Op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht is het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond beoordeeld.
De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 1.300,- aan proceskosten, bestaande uit punten voor het indienen van het bezwaarschrift en het verzoekschrift, en wijst erop dat deze vergoeding aan de rechtsbijstandverlener moet worden betaald. Daarnaast wordt verwezen naar de mogelijkheid voor verzoekster om het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het college te verhalen.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 1.300,- aan proceskosten aan verzoekster.