ECLI:NL:RBMNE:2022:85

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 januari 2022
Publicatiedatum
17 januari 2022
Zaaknummer
21/2690
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken beroepsgronden en besluit

Eiser heeft op 14 juni 2021 beroep ingesteld tegen een onbekend bestuursbesluit, maar heeft nagelaten een kopie van het besluit en de benodigde beroepsgronden aan te leveren. De rechtbank heeft eiser hierop tweemaal schriftelijk gewezen en verzocht om binnen vier weken alsnog deze stukken te overleggen.

Ondanks deze aanmaningen heeft eiser niet gereageerd, waardoor de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan behandelen. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het indienen van een kopie van het besluit en het aangeven van de beroepsgronden een vereiste om ontvankelijk te zijn.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen en griffier E. Mulder op 4 januari 2022 en wordt openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een kopie van het besluit en beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/2690

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 januari 2022 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. N.J. Brouwer),
en

Onbekende verweerder, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 14 juni 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet een kopie van het besluit indienen waarmee zij het niet eens is. Ook moet zij zeggen waarom zij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen.
3. De rechtbank heeft eiseres op 23 juni 2021 een brief gestuurd waarin staat dat zij binnen vier weken een kopie moet opsturen van het besluit, moet aangeven waarom zij het niet eens is met het besluit en een machtiging moet meesturen. Op 26 augustus 2021 heeft de rechtbank eiseres wederom een brief gestuurd, waarin staat dat zij binnen vier weken een kopie van het besluit moet meesturen en moet aangeven waarom zij het niet eens is met dit besluit. De aangetekende brief van 26 augustus 2021 is door eiseres ontvangen, maar eiseres heeft hier niet op gereageerd.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (8:54 Awb). Dat betekent dat het beroep niet inhoudelijk zal worden behandeld.
5. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van E. Mulder, griffier. De beslissing is uitgesproken op 4 januari 2022 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.