Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
de politierechter begrijpt: aangever)samen ten val waren gekomen, is opgestaan en weggelopen. Kort daarna werd hij geduwd door aangever, waarna [getuige 2] (een vriend van verdachte, niet zijnde de getuige [getuige 2] ) aangever ging uitschelden. Verdachte verklaart verder dat aangever toen heel dicht tegen [getuige 2] ging staan: kop tegen kop. Hij zag dat aangever zijn linkerhand gebald had in een vuist en hoorde dat aangever begon te dreigen dat hij hen ging slaan. Verdachte verklaart dat hij dacht dat aangever ging slaan en dat hij hem daarom met zijn rechter vuist tegen zijn linker kaak of wang heeft geslagen, waardoor aangever achterover viel over een stoeprand met zijn hoofd op de stoep.
de politierechter begrijpt: aangever)elkaars kraag vasthielden en op de grond vielen. Hij zag dat verdachte meteen weer op stond, net als aangever. Hij zag en hoorde toen dat aangever helemaal door het lint ging en dat aangever iemand probeerde te slaan. Hij zag toen dat verdachte de aangever een klap op zijn wang gaf, waardoor aangever naar achteren deinsde en over een stoepje viel.
5.BENADEELDE PARTIJ
6.BESLISSING
- verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.