Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[gedaagde sub 2] ,vennoot van de onder 1 genoemde v.o.f.,
[gedaagde sub 3] ,vennoot van de onder 1 genoemde v.o.f.,
Rechtbank Midden-Nederland
De ex-echtgenoot vordert dat de gerechtsdeurwaarder en zijn vennootschap aansprakelijk worden gesteld wegens onrechtmatig handelen bij het leggen van bankbeslag op zijn rekening direct na een grote betaling van achterstallige kinderalimentatie door zijn ex-echtgenote. Hij stelt dat het beslag onrechtmatig is omdat het beslagvrije bedrag niet correct is toegepast en dat sprake is van misbruik van recht door de ex-echtgenote.
De kantonrechter oordeelt dat alleen de gerechtsdeurwaarder persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld en verklaart de vordering tegen de vennootschap en medevennoot niet-ontvankelijk. Vervolgens wordt vastgesteld dat de gerechtsdeurwaarder rechtmatig handelde op basis van twee executoriale titels en dat hij geen kennis had van de betaling van de achterstallige alimentatie door de ex-echtgenote. Ook is het beslagvrije bedrag uit coulance toegepast, conform de wettelijke verplichting die sinds 1 januari 2021 geldt.
De kantonrechter verwerpt het standpunt dat het beslagvrije bedrag 23 maal had moeten worden toegepast, omdat dit niet in overeenstemming is met de wet. De vordering wordt afgewezen en de eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter P.S. Elkhuizen-Koopmans en op 23 februari 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering wegens onrechtmatige daad wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.