Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- 9599710 ME VERZ 21-192 ( [A] / [bedrijf] B.V.);
- 9668261 ME VERZ 22-13 ( [B] / [bedrijf] B.V.).
Rechtbank Midden-Nederland
De kantonrechter heeft op 22 februari 2022 een verzoek tot verschoning ingediend in twee ontslagzaken die deels hetzelfde feitencomplex betreffen. De reden voor het verzoek was een ontmoeting van zijn echtgenote met een oud-collega, die moeder is van een partij in een van de zaken. Deze situatie wekt volgens de kantonrechter de schijn van partijdigheid.
De verschoningskamer heeft zonder mondelinge behandeling geoordeeld dat de objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid aanwezig is. Dit omdat de kantonrechter enige bekendheid heeft met de moeder van een partij, wat de schijn kan wekken dat hij niet onpartijdig is. Gezien de samenhang tussen de zaken werd het verzoek ook toegewezen voor de tweede zaak.
De kamer benadrukt dat verschoning dient ter waarborging van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, en dat ook de schijn van partijdigheid voldoende is om tot verschoning te besluiten. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de kantonrechter wordt gegrond verklaard vanwege de schijn van partijdigheid.