AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Onbevoegdheid rechtbank bij beroep tegen dwangbevel Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een dwangbevel dat door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op 3 september 2021 is uitgevaardigd. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 16 september 2021 en beoordeelt of zij bevoegd is om van het beroep kennis te nemen.
Volgens artikel 1:3 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. Artikel 8:1 AwbPro bepaalt dat belanghebbenden tegen besluiten beroep kunnen instellen bij de bestuursrechter. Echter, artikel 8:4, eerste lid, onder b, Awb sluit beroep uit tegen een dwangbevel.
De rechtbank concludeert daarom dat zij onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen het dwangbevel van 3 september 2021. Ter informatie wijst zij erop dat verzet tegen een dwangbevel mogelijk is bij de burgerlijke rechter op grond van artikel 438 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank verklaart zich onbevoegd en spreekt de beslissing uit zonder zitting.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het dwangbevel.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/4136
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 februari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het dwangbevel dat verweerder heeft uitgevaardigd op 3 september 2021.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (8:54 Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Er is (voor zover hier van belang) sprake van een rechtshandeling in de zin van artikel 1:3 vanPro de Awb als er een verandering optreedt in de bestaande rechten, verplichtingen of bevoegdheden of wanneer het bestaan van rechten, verplichtingen, bevoegdheden bindend wordt vastgesteld.
3. In artikel 8:1, eerste lid, van de Awb staat dat een belanghebbende tegen een besluit beroep in kan stellen bij de bestuursrechter.
4. Het beroepsschrift is door de rechtbank ontvangen op 16 september 2021. De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep is gegaan tegen de brief van verweerder van 3 september 2021. Deze brief is een dwangbevel.
5. In de artikelen 8:3 tot en met 8:5 van de Awb is geregeld tegen welke besluiten geen beroep ingesteld kan worden bij de bestuursrechter. In artikel 8:4, eerste lid, onder b, van de Awb is bepaald dat geen beroep kan worden ingesteld tegen een dwangbevel. Gelet op deze bepalingen kan tegen het dwangbevel van 3 september 2021 geen beroep worden ingesteld.
6. De rechtbank is daarom onbevoegd kennis te nemen van het ingestelde beroep.
7. Ter voorlichting aan eiser merkt de rechtbank nog op dat tegen het dwangbevel verzet bij de burgerlijke rechter openstaat (zie artikel 438 vanPro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering). Verzet bij de burgerlijke rechter is niet hetzelfde als het rechtsmiddel van verzet dat onderaan deze uitspraak wordt genoemd.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van E. Mulder, griffier .De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.