De zaak betreft een beroep van eiser tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar door het UWV. Het bezwaar richtte zich op een brief van 11 juni 2021 waarin de specificatie van een vordering werd gegeven, en op een brief van 16 juni 2021 waarin het loonbeslag werd aangekondigd.
De rechtbank overweegt dat een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan is die een publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt. De brief van 11 juni 2021 bevatte slechts een specificatie van de vordering en was niet gericht op een rechtsgevolg. Ook de brief van 16 juni 2021, waarin het loonbeslag werd aangekondigd, is geen besluit maar een privaatrechtelijke rechtshandeling.
Daarom kon het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank wijst erop dat tegen het loonbeslag een executiegeschil bij de civiele rechter kan worden aangebracht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.