ECLI:NL:RBMNE:2022:920
Rechtbank Midden-Nederland
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning kantonrechter wegens schijn van partijdigheid in ontslagzaak
In deze zaak heeft de kantonrechter een verzoek tot verschoning ingediend op grond van artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzoek betreft twee lopende zaken: een kort geding en een (voorwaardelijk) verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen een stichting en een werknemer.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat zij privé goed bekend is met een persoon die als secretaris van de examencommissie van de stichting een belangrijke rol heeft gespeeld bij het ontslagbesluit tegen de werknemer. Hoewel dit ontslagbesluit door de bestuursrechter is vernietigd, speelt het nog een rol in de lopende zaken.
De verschoningskamer overweegt dat de rechterlijke onpartijdigheid niet alleen daadwerkelijk moet zijn, maar ook de schijn daarvan moet worden vermeden. De persoonlijke relatie kan de schijn van partijdigheid bij partijen wekken, wat het vertrouwen in het rechterlijk apparaat kan schaden.
Daarom wordt het verzoek tot verschoning gegrond verklaard en zal de kantonrechter zich van verdere behandeling van de hoofdzaken onthouden.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de kantonrechter wordt gegrond verklaard vanwege de schijn van partijdigheid.