ECLI:NL:RBMNE:2022:924
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waardebepaling woning ongegrond verklaard
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn in 1992 gebouwde villa, vastgesteld op €1.422.000,- per 1 januari 2019, en vordert een lagere waarde van €1.399.000,-. Verweerder handhaaft de waarde en onderbouwt deze met een taxatiematrix waarin de woning wordt vergeleken met drie referentiewoningen uit dezelfde wijk. De rechtbank oordeelt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
Eiser voert meerdere bezwaren aan, waaronder het bouwjaar van referentiewoningen, de waardering van de garage en vliering, en de kwalificatie van voorzieningen als luxe. De rechtbank verwerpt deze gronden omdat eiser onvoldoende onderbouwing levert en verweerder aannemelijk maakt dat de verschillen adequaat zijn meegenomen.
Ook het beroep op een te grote waardestijging ten opzichte van eerdere jaren wordt verworpen, omdat de WOZ-waarde jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van actuele marktgegevens. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen wegens het ontbreken van een termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebepaling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.