ECLI:NL:RBMNE:2022:925
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde bedrijfsobject met huurwaardekapitalisatie afgewezen
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een bedrijfsobject, waarbij de huurwaardekapitalisatiemethode werd toegepast. De waarde was vastgesteld op €449.000,- met een leegstandsrisico van 15%. Eiseres stelde een lagere waarde van €429.000,- voor en voerde aan dat het leegstandsrisico door de coronapandemie hoger moest zijn.
De rechtbank oordeelde dat de waarde bepaald moest worden op de waardepeildatum 1 januari 2019, vóór het ontstaan van de coronapandemie. Verweerder had een taxatierapport overgelegd waarin het leegstandsrisico van 15% was onderbouwd als een inschatting van 9 maanden leegstand over vijf jaar. Eiseres kon geen concrete gegevens over hogere leegstand overleggen.
De rechtbank concludeerde dat het leegstandsrisico van 15% niet te laag was vastgesteld en dat de coronacrisis geen invloed mocht hebben op de waardebepaling. Ook was er geen sprake van een bijzondere omstandigheid die een afwijking van de waardepeildatum rechtvaardigde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €449.000,- wordt ongegrond verklaard.