Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer 3 maart 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn tussenwoning in Utrecht, die door verweerder is vastgesteld op €293.000,- met waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser bepleitte een lagere waarde van €277.000,- en voerde aan dat de referentiewoningen niet vergelijkbaar waren omdat deze vooral hoekwoningen betroffen.
Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met vier referentiewoningen, waarvan één onjuist als hoekwoning was aangeduid maar in werkelijkheid ook een tussenwoning betrof. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede doordat de verschillen in grondoppervlakte en voorzieningen adequaat zijn verwerkt in de waardebepaling.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd voor een lagere waardering van de voorzieningen. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €293.000,- bevestigd.