Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2022 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiseres 1] , (eisers 1),
[eiseres 2](eisers 2), allen te [woonplaats] , tezamen: eisers
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers, buren van de vergunninghouder, maakten bezwaar tegen het gebruik van een bijgebouw als woonruimte, stellende dat dit in strijd is met het bestemmingsplan en de goede ruimtelijke ordening. Verweerder verleende vergunning voor de gebruikswijziging op grond van artikel 4, negende lid van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, waarbij de wijziging niet in strijd zou zijn met de goede ruimtelijke ordening.
De rechtbank overwoog dat het bijgebouw met vergunning was gebouwd en dat de bouwkundige aspecten niet ter beoordeling stonden. De toetsing betrof uitsluitend het gebruik. Verweerder had in redelijkheid vastgesteld dat het gebruik geen negatieve impact had op omgeving, straatbeeld of aangrenzende percelen. Eisers hadden dit niet onderbouwd.
De rechtbank vond dat verweerder de belangen van betrokkenen voldoende had meegewogen en dat het besluit niet in strijd was met het zorgvuldigheids-, evenredigheids- en motiveringsbeginsel. Ook was het gebruik als Bed & Breakfast niet toegestaan, en handhaving daarop was mogelijk. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het gebruik van het bijgebouw als woonruimte wordt ongegrond verklaard.