Eiser, woonachtig in Duitsland, ontving in 2017 een voorschot zorgtoeslag van €1.220,- gebaseerd op een geschat toetsingsinkomen van €22.529,-. Verweerder stelde bij definitieve berekening het toetsingsinkomen vast op €45.105,- en wees het recht op zorgtoeslag af, waarna het voorschot werd teruggevorderd. Na bezwaar werd het toetsingsinkomen aangepast naar €32.534,- vanwege verwijdering van dubbeltellingen, maar het recht op zorgtoeslag bleef nihil.
Eiser voerde aan dat hij op grond van de Toeslagenkaart 2017 met een inkomen onder €35.116,- recht had op zorgtoeslag, maar de rechtbank oordeelde dat deze kaart slechts algemene informatie bevat en niet bindend is voor niet in Nederland wonende aanvragers. De rechtbank vond de berekening van verweerder juist en dat eiser geen feiten had aangevoerd die tot een andere uitkomst leiden.
De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser ad €88,48 en het griffierecht. De rechtbank erkende de frustraties van eiser over het toeslagensysteem, maar zag geen aanleiding af te wijken van de wettelijke regels en de berekening van verweerder.