ECLI:NL:RBMNE:2022:947
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen Wob-verzoek en verwijzing beroep naar bezwaarprocedure
Eiseres diende op 8 augustus 2021 een Wob-verzoek in bij het College van Gedeputeerde Staten van Utrecht. Na uitblijven van een tijdige beslissing stelde eiseres verweerder in gebreke en diende zij beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder nam op 2 november 2021 alsnog een besluit op het verzoek.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen en eiseres geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het niet tijdig beslissen. Het beroep tegen het besluit van 2 november 2021 wordt verwezen naar de bezwaarprocedure bij verweerder, aangezien eiseres en verweerder hun standpunten nog niet hebben besproken en de rechtbank niet over de Wob-stukken beschikt.
De rechtbank draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres. Tevens wijst de rechtbank erop dat verweerder gebonden is aan de beslistermijnen van de Awb en dat eiseres bij overschrijding van de termijn bezwaar kan maken tegen niet tijdig beslissen op bezwaar.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit wordt verwezen naar de bezwaarprocedure.