ECLI:NL:RBMNE:2022:955
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Hilversum
Eiseres maakte bezwaar tegen de door de gemeente Hilversum vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, gelegen aan een adres in Hilversum, voor het belastingjaar 2021. De vastgestelde waarde bedroeg €1.063.000,- op basis van de waardepeildatum 1 januari 2020. Na een uitspraak op bezwaar die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank behandelde de zaak op zitting waarbij partijen hun standpunten toelichtten. Verweerder onderbouwde de vastgestelde WOZ-waarde met een taxatiematrix en een vergelijkingsmethode waarbij rekening werd gehouden met referentiewoningen en verschillen in inhoud en perceelsgrootte. Eiseres voerde aan dat de waarde te hoog was, mede door de ligging aan een drukke weg en andere factoren zoals schuren en dakkapellen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. De ligging aan een drukke weg was voldoende verdisconteerd in de grondstaffel en correcties. Het schrappen van één referentiewoning leidde tot een marginaal verschil dat niet tot een andere waardebepaling kon leiden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.063.000,- is ongegrond verklaard.