Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
gedetineerd te P.I. Nieuwegein,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
dossier, pagina 141) en de foslo-confrontaties niet worden ondersteund door andere bewijsmiddelen waaruit direct daderschap van verdachte blijkt. Er is dan ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen, aldus de raadsvrouw. Hiertoe is verder aangevoerd dat behoedzaam moet worden omgegaan met (foto)herkenningen en de bewijskracht hiervan, zeker als dit het enige bewijs is waaruit de betrokkenheid van verdachte kan worden afgeleid. De door [getuige 1] , [getuige 2] en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] opgegeven signalementen van de dader komen niet overeen met het uiterlijk van verdachte en zijn op punten heel verschillend. Daarbij komt dat de herkenningen op basis van de wazige foto die [getuige 1] na het incident heeft gemaakt van een jongen die volgens haar een van de daders zou zijn, niet betrouwbaar zijn. De kwaliteit van de foto is te slecht om herkenningen op te baseren. De jongen op die foto komt bovendien niet overeen met het door haar omschreven signalement van de dader van 13 september 2021. Alleen op basis van de enkele herkenning van die [getuige 1] kan niet vastgesteld worden dat de jongen op de foto betrokkenheid heeft gehad bij het tenlastegelegde. Dat [getuige 1] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verdachte middels een foslo-confrontatie herkennen, doet hieraan volgens de raadsvrouw niets af, nu zij bekend waren met de door [getuige 1] ingeleverde foto van 18 september 2021. Er kan dus niet worden vastgesteld of zij de persoon herkennen van het incident of van de foto.
[slachtoffer 1] heeft bedreigd door hem een vuurwapen te tonen.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 1.500,- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 13 september 2019tot de dag van volledige betaling. Bij gebreke van betaling aan te vullen met 25dagen hechtenis.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
5 maanden;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 1.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2019 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart de benadeelde partij wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
en A. Scheper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.H. Lagerweij, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 maart 2022.