ECLI:NL:RBMNE:2022:980

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2022
Publicatiedatum
16 maart 2022
Zaaknummer
UTR 21/3923
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken besluit in bestuursrechtelijke procedure

Eiser heeft op 21 september 2021 beroep ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland tegen een onbekend besluit. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dit niet noodzakelijk werd geacht op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De rechtbank stelt dat het beroepschrift niet voldoet aan de wettelijke eisen, met name omdat eiser geen kopie van het besluit heeft overgelegd, zoals vereist in artikel 6:5 Awb Pro. Zonder het besluit kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen.

De rechtbank heeft eiser bij brief van 29 november 2021 per aangetekende post verzocht het besluit alsnog te overleggen, maar eiser heeft hier niet op gereageerd. Hierdoor kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 18 maart 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het bestreden besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/3923

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

onbekende verweerder, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 21 september 2021.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet een kopie van het besluit indienen waar hij/zij het niet mee eens is. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Awb. Als dat niet gebeurt dan kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dit betekent dat uw beroep dan niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Eiser moet wel de gelegenheid krijgen om het besluit alsnog op te sturen. De rechtbank heeft bij brief van 29 november 2021 daartoe gelegenheid gegeven. Deze brief is per aangetekende post aan eiser verstuurd. Eiser heeft echter niet gereageerd op deze brief.
3. De rechtbank heeft geen besluit ontvangen waarmee eiser het niet eens is. De rechtbank kan de juistheid van het besluit niet beoordelen als deze niet is overgelegd. De rechtbank zal daarom geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van J. Fagel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.