Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft aan gedaagde goederen geleverd waarvoor facturen over de periode november tot december 2021 zijn verzonden. Gedaagde betaalde niet binnen de betalingstermijn en reageerde niet op sommatieverzoeken. Na toezegging en twee betalingsregelingen, waarvan de tweede in juni 2022, kwam gedaagde zijn betalingsverplichtingen niet na.
Eiseres vordert betaling van het openstaande bedrag vermeerderd met contractuele rente en incassokosten. Gedaagde betwist de opeisbaarheid van het bedrag omdat hij meent dat de betalingsregeling nog geldt en hij betalingen verricht. De kantonrechter oordeelt dat de betalingsregeling is vervallen door niet-nakoming en dat eiseres gerechtigd was tot dagvaarding.
De kantonrechter wijst de hoofdsom van € 2.037,22 toe, vermeerderd met contractuele rente van 1,5% per maand vanaf dagvaarding, en veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.035,30. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 2.037,22 plus rente en proceskosten.