ECLI:NL:RBMNE:2023:1016
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek tegen rechter Hoekstra ongegrond verklaard door rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft tijdens een rolzitting in een civiele hoofdzaak een wrakingsverzoek ingediend tegen rechter Hoekstra, stellende dat deze geen rechter meer zou zijn en zich niet als zodanig kan identificeren.
De wrakingskamer heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat bepaalt dat een rechter gewraakt kan worden indien feiten of omstandigheden twijfel aan de onpartijdigheid rechtvaardigen. De kamer oordeelde dat de motivering van verzoeker feitelijk onjuist is, aangezien Hoekstra wel degelijk als rechter is aangesteld bij rechtbank Midden-Nederland.
Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Hoekstra is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.