Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties;
- de brief van 19 januari 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
2.De feiten
3.Het geschil
€ 500,00 per dag;
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen ex-partners over de toewijzing van het huurrecht van een sociale huurwoning die zij gezamenlijk huurden. Na het beëindigen van hun relatie verliet eiseres de woning en vorderde zij dat het huurrecht aan haar zou worden toegewezen. Gedaagde vorderde hetzelfde voor zichzelf.
De kantonrechter beoordeelde de situatie aan de hand van artikel 7:267 lid 7 BW Pro, waarbij de belangen van partijen zorgvuldig werden afgewogen. Belangrijke feiten waren dat de woning gezamenlijk werd verkregen via een gezamenlijke inschrijving en dat geen van beide partijen de woning duidelijk 'ingebracht' had. Ook was niet gebleken dat gedaagde zich schuldig had gemaakt aan agressief gedrag.
De kantonrechter nam mee dat eiseres sinds oktober 2022 bij haar ouders woont, maar dat die situatie vooral praktische bezwaren kent. Gedaagde kon niet terugkeren naar zijn ouders vanwege een problematische en onstabiele thuissituatie. Dit woog zwaarder in de belangenafweging, waardoor het huurrecht aan gedaagde werd toegewezen. De vorderingen van eiseres werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het huurrecht van de woning wordt toegewezen aan de gedaagde en eiseres moet de woning binnen één maand verlaten.